De richtlijn Drukapparatuur (PED - Pressure Equipment Directive)

De Europese normalisatie wil de technische handelsbelemmeringen binnen de Europese Unie opheffen en zo het vrij verkeer van goederen tussen de lidstaten verzekeren. Producten met een CE-markering voldoen aan de relevante Europese veiligheids- en gezondheidseisen. Alle lidstaten moeten deze producten toelaten op hun grondgebied en mogen geen hogere eisen stellen.

Sinds 29 november 1999 is de Drukapparatuurrichtlijn van kracht. Producten die onder deze richtlijn vallen, moeten voldoen aan de vermelde vereisten: bijvoorbeeld brandblussers, persen, flessen voor ademhalingstoestellen, waterpijpketels, veiligheidsappendages, zelfs snelkookpannen. Buiten 21 uitzonderingscategoriŽn moet elk product waarin de maximaal toegelaten druk hoger dan 0,5 bar is, voldoen aan deze nieuwe richtlijn.

CE-markering is vaak eenvoudiger dan u denkt. De wetgever heeft in de meeste gevallen vertrouwen in de zorg van de fabrikant voor zijn product. Enkel fabrikanten van drukapparatuur met een verhoogd risico moeten worden bijgestaan door een Aangemelde Instantie. In alle andere gevallen is het de ondernemer zelf die alle nodige stappen zet.

1. Informatie inwinnen.

Allereerst is het van belang dat u inzicht krijgt in de Nieuwe Aanpak-richtlijn(en). Zo behoren het verzamelen van artikelen in tijdschriften en vakbladen, het uitwisselen van kennis met andere ondernemers in dezelfde branche, het raadplegen van adviseurs, het bezoeken van seminars en het deelnemen aan workshops tot de vele mogelijkheden waardoor u uw kennis kan uitbreiden. Tevens is het van groot belang dat u diverse instanties benadert voor advies ten aanzien van de nieuwe wetgeving voor zijn product. Weet wie binnen de verschillende inspecties voor uw klasse producten bevoegd is.

2. Wie is verantwoordelijk?

Alvorens verdere stappen te ondernemen moet onderzocht worden wie de uiteindelijke verantwoordelijke is voor de conformiteit van de producten en het aanbrengen van de CE markering. Dit is de fabrikant. De fabrikant is degene die een product onder zijn naam op de markt brengt. Indien u in opdracht van uw leverancier de verpakking aanbrengt, dan moet hij de nodige stappen ondernemen. Brengt u het product op de markt voor eigen rekening, dan bent u verantwoordelijk voor de CE-markering.

Betreft het producten van buiten de Europese Economische Ruimte (EER) dan zal de importeur vaak degene zijn die de onderstaande stappen zal moeten doorlopen en niet de fabrikant buiten de EER. Ook producten die enkel voor de binnenlandse markt bedoeld zijn, moeten de CE-markering dragen. Producten die voor eigen gebruik bestemd zijn, moeten eveneens voldoen aan de EssentiŽle Veiligheidseisen.

Op beurzen en exposities is het voor een fabrikant soms nodig om de interne werking van hun product aan potentiŽle klanten te verduidelijken. Hiervoor mogen een aantal veiligheidselementen, zoals bv. schermen en roosters, worden verwijdert.Drukapparaten die tentoon worden gesteld op een beurs, expositie of demonstratie en die niet in overeenstemming zijn met de richtlijn, mogen toch vrij binnen de EU circuleren. Zij mogen geen CE-markering dragen en niet verkocht worden. Dit moet duidelijk op een zichtbaar bord zijn aangegeven. De exposant moet de passende veiligheidsmaatregelen treffen.

3. Valt het product onder het toepassingsgebied van de richtlijn?

Slechts die richtlijn(en) moeten gehanteerd worden die daadwerkelijk voor het product van belang zijn. Op een product kunnen meerdere richtlijnen van toepassing zijn. Het product moet voldoen aan de fundamentele eisen van al deze richtlijnen. Er dient rekening te worden gehouden met de definities en uitzonderingen zoals die in de richtlijn(en) geformuleerd worden.

Drukapparatuur van klasse I of lager die eveneens onder de Machinerichtlijn vallen, of de Richtlijn Liften, Medische Hulpmiddelen, Laagspanningsrichtlijn, Gastoestellen of apparatuur voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, vallen niet onder het toepassingsgebied van de nieuwe richtlijn Drukapparatuur

R =ja Q=neen

1. Bedraagt de maximaal toegelaten druk(=PS) in uw product meer dan 0,5bar ?

R Ga naar de volgende vraag.

Q De richtlijn Drukapparatuur is niet van toepassing op uw product.

2. Is uw product een transportleiding met een pijp of een geheel van pijpen voor het vervoer van stoffen van of naar een installatie ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

3. Is uw product een net voor de aanvoer, de distributie en de afvoer van water of de bijbehorende apparaten alsmede leidingen voor aandrijfwater ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

4. Is uw product een aŽrosol/spuitbus ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

5. Is uw product drukapparatuur met een flexibele buitenwand, bijvoorbeeld luchtbanden, luchtkussens, speelballen en opblaasboten en andere soortgelijke drukapparatuur ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

6. Is uw product een voertuig, bestemd voor het gebruik op de openbare weg ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

7. Is uw product een inlaat- of uitlaatgeluiddemper ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

8. Is uw product een fles of blikje voor koolzuurhoudende dranken, bestemd voor eindconsumptie ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

9. Is uw product een vat voor vervoer en distributie van dranken waarin het product van PS en V ten hoogste 500 bar.l en de maximaal toelaatbare druk 7 bar bedraagt ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

10. Zijn uw producten radiatoren of buizen in systemen voor warmwaterverwarming ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

11. Is uw product een vat voor vloeistoffen waarin de gasdruk boven de vloeistof ten hoogste 0,5 bar bedraagt ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

12. Is uw product een landbouw- of bosbouwtrekker ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

13. . Is uw product uitrusting voor militaire doeleinden of het handhaven van de orde en speciaal daarvoor ontworpen en gebouwd?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

14. Is uw product speciaal ontworpen en in gebruik gestelde apparatuur voor nucleair gebruik, waarbij een defect ervan tot het vrijkomen van radioactiviteit kan leiden ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

15. Is uw product bestemd voor gebruik in een explosieve omgeving ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

16. Is uw product putregelingsapparatuur voor de exploratie en winning van aardolie, aardgas of geothermische energie ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

17. Bestaat uw product uit kasten en mechanismen waarvoor de druk geen wezenlijke ontwerpfactor is ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

18. Is uw product een hoogoven ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

19. Is uw product een mantel onder druk rond de onderdelen van transmissiesystemen, zoals elektrische kabels en telefoonkabels ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

20. Is uw product een omhulling voor elektrische hoogspanningsapparatuur ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

21. Is uw product een schip, raket, luchtvaartuig of mobiele offshore-eenheid, of apparatuur die uitdrukkelijk bedoeld is voor installatie op dergelijke machines of voor de voortbeweging ervan ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Ga naar het volgende punt.

22. Valt uw product onder de toepassing van de richtlijn Drukvaten van Eenvoudige Vorm ?

R Uw product valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn drukapparatuur.

Q Uw product moet voldoen aan de richtlijn drukapparatuur vanaf 29 november 2002. Vanaf 29 november 1999 mag u de richtlijn reeds toepassen, in plaats van de huidige nationale reglementeringen.

4. Tot welke categorie behoort mijn product ?

Drukapparatuur wordt in de nieuwe richtlijn onderverdeeld in 4 categoriŽn, naar de risicograad. Daarnaast zijn er ook de befaamde artikel3,paragraaf3-producten (art.4, ß3 in het KB). Zij vormen een dermate klein risico dat zij niet hoeven te voldoen aan de richtlijn. Zij dienen enkel te worden ontworpen en vervaardigd volgens het goed vakmanschap. Op deze producten mag het CE-label niet aangebracht worden.

Voor alle andere categoriŽn bent u verplicht zich te wenden tot een aangemelde instantie, wiens betrokkenheid zal variŽren van enkele onaangekondigde inspecties (vb Module A1) tot volledige kwaliteitsborging met controle van het ontwerp en bijzonder toezicht op de eindcontrole.

Welke module u zal moeten toepassen, hangt af van de volgende elementen:

  • tot welke categorie behoort uw product ?
  • heeft u een intern kwaliteits-systeem ?
  • betreft het serieproductie of productie op maat ?

Praktisch gaat u als volgt te werk:

Bepaal welke referentietabel u moet toepassen aan de hand van het hierna volgende schema. Daarna gaat u in de desbetreffende referentietabel het gebied zoeken waarbinnen uw product valt. Dit geeft dan de classificatie van uw product. Met die classificatie kan u uit het laatste schema afleiden welke module u minimaal moet toepassen.

U kan dus steeds een strengere module toepassen dan wettelijk is voorzien. Indien uw product onder klasse II valt, mag u dus ook de procedure toepassen voor producten onder klasse III. Deze situatie kan zich voordoen indien het merendeel van uw producten onder klasse III valt.

Een geval apart: de keuringdienst van gebruikers. Ondernemingen die regelmatig drukapparatuur van categorie II of hoger, voor eigen gebruik produceren, kunnen de procedures uit art. 14 van de richtlijn toepassen, en werken met een keuringsdienst van gebruikers.
Hiertoe richten verbonden ondernemingen een keuringsdienst op binnen het bedrijf. Deze keuringsgroep moet uiteraard aan strenge eisen voldoen, en moet door de overheid erkend worden. Drukapparaten en samenstellen die door de eigen dienst gekeurd werden, mogen enkel worden gebruikt in vestigingen die geŽxploiteerd worden door de groep waartoe de keuringsdienst behoort.
De keuringsdienst mag ook uitsluitend voor de leden van de groep werken. Apparatuur waarvan de overeenstemming is beoordeeld door een keuringsdienst van gebruikers mag de CE-markering niet dragen. Elke categorie heeft zijn eigen overeenstemmingsprocedure. Dit zijn de stappen die u moet volgen om te verzekeren dat uw product/ontwerp voldoet aan de EssentiŽle Veresiten. Als fabrikant van producten uit categorie I mag u die overeenstemming zelf garanderen.

Verduidelijking uit de praktijk.

Bij het ontwerp van de richtlijn werd reeds in een vroeg stadium de industrie geraadpleegd: beroepsfederaties, ondernemingen, testlabo's,... Vragen die door hun gesteld werden, werden door de Commissie beantwoord. Alhoewel deze interpretaties geenszins juridisch bindend zijn, worden zij wel gelezen door alle actoren: beroepstijdschriften, inspecties,... U kan de Engelse versies bekijken op de website van de Commissie rond drukapparatuur, de Franstalige versie (CLAP-fiches) via de site van het Frans Instituut voor Normalisatie (zie bijlage III)

(1) Wanneer een drukvat uit verschillende ruimten bestaat, wordt het ingedeeld in de hoogste categorie van de afzonderlijke ruimten. Wanneer een ruimte verschillende stoffen bevat, vindt de indeling plaats op grond van de stof die in de hoogste categorie valt.

(2) Accessoires zijn voorzieningen met een operationele functie waarvan de omhulling onder druk staat. vb kleppen en manometers. Kijkglazen daarentegen worden niet als accessoire beschouwd, wegens gebrek aan operationele functie. Accessoires worden ingedeeld volgens ē hun maximale toelaatbare druk en ē hun eigen volume of nominale maat, naar gelang het geval,en ē de groep stoffen waarvoor zij zijn bestemd. De corresponderende tabel voor drukvaten of installatieleidingen wordt toegepast om de categorie van de overeenstemmingsbeoordeling te vinden. Indien zowel nominale maat als volume geschikt zijn, wordt de appendage ingedeeld naar de hoogste categorie.

(3) Veiligheidsappendages vallen steeds onder categorie IV. Onder "veiligheidsappendages" verstaat men alle voorzieningen voor beveiliging van drukapparatuur tegen overschrijding van de toegestane grenzen, zoals bv. veiligheidskleppen, overdrukschakelaars,... Veiligheidsappendages die vervaardigd worden voor speciale apparatuur kunnen evenwel in dezelfde categorie als de te beveiligen apparatuur worden ingedeeld.

(4) PS is de door de fabrikant aangegeven maximale druk waarvoor de apparatuur is ontworpen. Deze druk wordt bepaald op de plaats 1. waar de beveiligings- of veiligheidsinrichtingen zijn aangesloten 2. de bovenzijde van de apparatuur 3. een andere aangegeven plaats

(5) V is het inwendige volume van een ruimte, met inbegrip van de tubulures tot de eerste aansluiting en met uitsluiting van het volume van permanente inwendige onderdelen.

(6) DN is de nominale maat. Indien geen nominale maat voorhanden is, moet men er van uit gaan dat DN overeen komt met de binnendiameter in millimeter voor cirkelvormige leidingen of het equivalent voor niet-cirkelvormige leidingen.

Bepaal aan de hand van de onderstaande grafiek welke referentietabel u moet toepassen om uw product te classificeren

  Drukvaten Stoomgeneratoren Leidingen

toestand van de inhoud

Gas Vloeistof   Gas Vloeistof

klasse

Gevaarlijke Andere Gevaarlijke Andere   Gevaarlijke Andere Gevaarlijke Andere

referentietabel

1 2 3 4 5 6 7 8 9

 

Referentietabel 1

Bij wijze van uitzondering moeten voor een onstabiel gas bestemde drukvaten die op grond van tabel 1 in categorie I of II zouden vallen, in categorie III worden ingedeeld

 

Referentietabel 2

Bij wijze van uitzondering moeten draagbare brandblussers en flessen voor ademhalingstoestellen ten minste in categorie III worden opgedeeld.

 

Referentietabel 3

 

Referentietabel 4

Bij wijze van uitzondering worden samenstellen voor de productie van warm water onderworpen aan hetzij een EG-ontwerponderzoek (module B1), om na te gaan of zij in overeenstemming zijn met de essentiŽle eisen omtrent beveiligingen ( punten 2.10, 2.11, 5a en 5d) en gebruiksinstructies (punt 3.4); hetzij aan een volledige kwaliteitsborging (module H).

 

Referentietabel 5

Bij wijze van uitzondering vindt bij snelkookpannen een controle van het ontwerp plaats, volgens een controleprocedure die ten minste met ťťn van de modules van categorie III overeenkomt.

 

Referentietabel 6

Bij wijze van uitzondering moeten voor onstabiele gassen bestemde leidingen die op grond van tabel 6 in categorie I off II zouden vallen, in categorie III worden ingedeeld

 

Referentietabel 7

Bij wijze van uitzondering moeten alle installatieleidingen die stoffen met een temperatuur van meer dan 350įC bevatten en op grond van tabel 7 in categorie II zouden vallen in categorie III worden ingedeeld

 

Referentietabel 8

 

Referentietabel 9

Welke module u moet toepassen, hangt er van af of u een kwaliteitszorgsysteem (KZS) hanteert (ISO 9000 reeks), of u in serie produceert, en onder welke klasse uw apparaat valt (zie boven) 

  Zonder KZS Met KZS
  Serieproduct Stukproductie Serieproduct Stukproductie
Klasse I  A
Klasse II  A1  D1 of E1
Klasse III B + C1  B1 + F B + E

B1 + D

H

B1 + D

Klasse IV B + F G B + D H1

U mag uiteraard steeds een strengere procedure volgen dan vereist.

Module

Producent

Producent of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde

Aangemelde Instantie

A

      Stelt het Technisch Constructiedossier (TCD) op.

      Neemt alle nodige maatregelen om te verzekeren dat de geproduceerde goederen overeenstemmen met het TCD en de EssentiŽle Veiligheidseisen.

      Verzekert en verklaart dat de producten voldoen aan de EssentiŽle Veiligheidseisen.

      Bevestigt de CE-markering.

      Stelt een Verklaring van Overeenstemming op.

      Houdt een kopij van het TCD en de Verklaring ter beschikking van de toeziendhoudende overheid.

 

A1

 

      De fabrikant brengt op elk product het identificatienummer van de controlerende aangemelde instantie aan.

      verzorgt de eindcontrole door onaangekondigde bezoeken. Tijdens deze bezoeken gaat zij de eindcontrole van de fabrikant na, en neemt enkele monsters.

B       Stelt het TCD op.

      Vraagt een EG-typekeuring aan.

      Stelt een representatief specimen ter beschikking van de aangemelde instantie.

      Licht de aangemelde instantie in bij elke wijziging aan het product.

      Houdt het TCD, waaronder de verklaring van EG-typeonderzoek ter beschikking van de toeziendhoudende overheid.

 

      Stelt vast door middel van testen en onderzoek, dat het specimen overeenstemt met het TCD.

      Levert een verklaring van EG-typeonderzoek af.

      Bewaart hiervan een kopij, alsook van het TCD.

      Houdt andere aangemelde instanties op de hoogte van de uitgereikte certificaten (op verzoek).

 

 B1

       Stelt het TCD op.

       Vraagt een EG-ontwerponderzoek aan.

      Stelt het ontwerp ter beschikking van de aangemelde instantie

      Licht de aangemelde instantie in bij elke wijziging aan het product.

      Houdt het TCD, waaronder de Verklaring van ontwerponderzoek ter beschikking van de toeziendhoudende overheid.

       Keurt het TCD.

      Levert een Verklaring van ontwerponderzoek af.

      Bewaart hiervan een kopij, alsook van het TCD.

      Houdt andere aangemelde instanties op de hoogte van de uitgereikte certificaten (op verzoek).

C1       Neemt alle nodige stappen om te verzekeren dat het product overeenstemt met de Verklaring van typeonderzoek en met de toepasselijke EssentiŽle Veiligheidseisen. Met andere woorden: hanteert een kwaliteitszorgsysteem.

      Brengt de CE-markering aan.

      Brengt het nummer van de Aangemelde Instantie aan.

      Stelt de Verklaring van Overeenstemming op.

 

      Aan de hand van onaangekondigde bezoeken, gaat de door de fabrikant gekozen Aangemelde Instantie eindcontrole na.

      Tijdens deze bezoeken neemt de Aangemelde Instantie enkele monsters.

 

D

      Past een kwaliteitszorgsysteem toe op de productie, eindinspectie en beproeving (vb. ISO 9002).

      Vraagt een beoordeling van zijn kwaliteitssysteem aan bij een door hem gekozen aangemelde instantie.

      Neemt alle nodige maatregelen om te verzekeren dat de geproduceerde goederen overeenstemmen met de Verklaring van EG-Typeonderzoek en de EssentiŽle Veiligheidseisen.

 

      Brengtde CE-markering aan.

      Brengt het nummer van de Aangelde Instantie aan.

      Stelt de Verklaring van Overeenstemming op.

      Licht de aangemelde instantie in bij elke wijziging aan het product.

      Houdt het TCD, waaronder de Verklaring van ontwerponderzoekter beschikking van de toeziendhoudende overheid.

 

      Inspecteert het kwaliteitszorgsysteem

      Gaat het aanbrengen van haar identieficatienummer na.

      Houdt onverwachte bezoeken.

      Houdt de relevante technische informatie bij.

      Houdt andere aangemelde instanties op de hoogte van de uitgereikte certificaten (op verzoek).

 

D1

      Past een kwaliteitszorgsysteem toe op de productie, eindinspectie en beproeving.

      Vraagt een beoordeling van zijn kwaliteitssysteem aan bij een door hem gekozen aangemelde instantie.

      Neemt alle nodige maatregelen om te verzekeren dat de geproduceerde goederen overeenstemmen met de  EssentiŽle Veiligheidseisen.

 

Zelfde als module D. Zelfde als Module D.
E

      De fabrikant hanteert voor eindinspectie en beproeving van de drukapparatuur een goedgekeurd kwaliteitszorgsysteem (vb. ISO 9003).

      Vraagt een beoordeling van zijn kwaliteitssysteem aan bij een door hem gekozen aangemelde instantie.

      Neemt alle nodige maatregelen om te verzekeren dat de geproduceerde goederen overeenstemmen met de Verklaring van EG-Typeonderzoek en de EssentiŽle Veiligheidseisen.

 

Zelfde als in Module D. Zelfde als in Module D.
E1

      De fabrikant hanteert voor eindinspectie en beproeving van de drukapparatuur een goedgekeurd kwaliteitszorgsysteem.

      Vraagt een beoordeling van zijn kwaliteitssysteem aan bij een door hem gekozen aangemelde instantie.

      Neemt alle nodige maatregelen om te verzekeren dat de geproduceerde goederen overeenstemmen met de  EssentiŽle Veiligheidseisen.

 

Zelfde als in Module D. Zelfde als in Module D.
F Neemt alle nodige maatregelen om te verzekeren dat het productieproces producten aflevert die in overeenstemming met de Verklaring van EG-Typeonderzoek of Ontwerponderzoek en de EssentiŽle Veiligheidseisen.

      Vraagt de productkeuring aan.

      Brengtde CE-markering aan.

      Brengt het identificatienummer van de aangemelde instantie aan.

      Stelt de Verklaring van Overeenstemming op.

      Houdt het TCD, waaronder de Verklaring van Overeenstemming ter beschikking van de toeziendhoudende overheid.

 

      Beproeft en onderzoekt elk afzonderlijk product.

      Levert een verklaring van overeenstemming met betrekking tot de verrichte proeven af.

      Gaat het aanbrengen van haar identieficatienummer na.

      Houdt de relevante technische informatie bij.

      Houdt andere aangemelde instanties op de hoogte van de uitgereikte certificaten (op verzoek).

 

G

      Stelt het Technisch Constructiedossier (TCD) op.

      Neemt alle nodige maatregelen om te verzekeren dat de geproduceerde goederen overeenstemmen met het TCD en de EssentiŽle Veiligheidseisen.

 

      Vraagt de EG-eenheidskeuring aan.

      Brengtde CE-markering aan.

      Brengt het identificatienummer van de aangemelde instantie aan.

      Stelt de Verklaring van Overeenstemming op.

      Houdt het TCD, waaronder de Verklaring van Overeenstemming ter beschikking van de toeziendhoudende overheid.

 

      Onderzoekt het individueel product en verricht de passende onderzoeken teneinde na te gaan of het product voldoet aan de EssentiŽle Veiligheidseisen.

      Gaat het aanbrengen van haar identieficatienummer na.

      Houdt de relevante technische informatie bij.

      Houdt andere aangemelde instanties op de hoogte van de uitgereikte certificaten (op verzoek).

 

H

      De fabrikant hanteert voor ontwerp, fabricage, eindinspectie en beproeving van de drukapparatuur een goedgekeurd kwaliteitszorgsysteem (vb ISO 9001).

      Vraagt de EG-volledige Kwaliteitsborging aan.

      Verzekert en verklaart dat de producten aan de EssentiŽle Veiligheidseisen voldoen.

 

Zelfde als in Module D. Zelfde als in Module D.
H1

      Vraagt het ontwerponderzoek aan.

      Houdt de aangemelde instantie op de hoogte van wijzigingen aan het ontwerp.

 

Zelfde als in Module D.

Naast de taken uit module D, is de aangemelde instantie verantwoordelijk voor:

      Onderzoek van de aanvraag.

      Overhandiging van een Verklaring van Ontwerponderzoek.

      Bijhouden van een kopij van de Verklaring.

      Op de hoogte houden van de andere aangemelde instanties van de uitgereikte Verklaringen (op verzoek).

 

Enkele praktische voorbeelden

We nemen een drukvat met hydraulische olie, 500L aan 300bar. De eerste tabel toont ons welke grafiek we moeten gebruiken. Het is een Drukvat, de toestand van de inhoud is vloeibaar, het is geen gevaarlijke stof, dus we gebruiken grafiek 4. 500L aan 300 bar valt onder klasse I, dus we passen Module A toe

Een drukvat met 60 liter LPG aan 10 bar. Terug naar de eerste tabel. Het is een drukvat, de toestand van het medium is gas, en het is een gevaarlijk gas. We gebruiken dus grafiek 1. Bij een PS*V tussen 200 en 1.000 valt het product onder klasse III. De fabrikant heeft een kwaliteitszorgsysteem  (ISO9000-serie), en het product wordt in serie gemaakt. De fabrikant heeft de keuze tussen B+E of B1+D

5. Voldoet het product aan de EssentiŽle Veiligheidseisen?

Middels het uitvoeren van een risico-analyse kan worden nagegaan of een product of ontwerp voor een product voldoet aan de fundamentele eisen van de richtlijn. Er zijn diverse gestandaardiseerde methoden om een dergelijke analyse uit te voeren. Indien de risico-analyse aangeeft dat een product niet aan de eisen voldoet dan moet het worden aangepast. Ten einde de risico's te voorkomen dient men de onderstaande volgorde in acht te nemen: 1. Allereerst moet onderzocht worden of middels een aanpassing van het ontwerp de betreffende risico's uitgesloten kunnen worden. 2. Indien men het risico niet kan uitsluiten, kan men constructieve maatregelen nemen, zoals het toepassen van afschermingen. 3. Indien dat niet of slechts gedeeltelijk mogelijk is dan kan men voorschrijven dat de gebruiker persoonlijke beschermingsmiddelen toepast. 4. Tot slot, als er geen andere oplossingen mogelijk zijn, moet men waarschuwingen op het product en in de gebruikershandleiding aanbrengen.

De geharmoniseerde Europese normen EN 292-1, EN 292-2, EN 414 en prEN1050 gaan nader in op het verrichten van een risicobeoordeling.

6. Naar keuze wel of niet normen toepassen.

De fabrikant of de importeur kŠn om te voldoen aan de fundamentele eisen, gebruik maken van normen.

Er bestaan geharmoniseerde Europese normen en nationale normen. Indien er geharmoniseerde normen bestaan is het van belang deze te hanteren, omdat deze normen zijn opgesteld met het oog op de fundamentele eisen van de Nieuwe Aanpak-richtlijnen. In die gevallen waarin geharmoniseerde Europese normen ontbreken kunnen nationale normen worden toegepast. De overeenstemming met de richtlijn is bij nationale normen echter niet zo vanzelfsprekend als bij de geharmoniseerde Europese normen.

Als er gebruik is gemaakt van normen is het raadzaam in het Technisch Constructie¨dossier en in de EG-Verklaring van Overeenstemming aan te geven om welke normen het gaat.

Indien u een geharmoniseerde norm volgt, dan is er sprake veronderstelling van conformiteit. Indien u volgens de norm produceert, volstaat het de verwijzing te vermelden in het Technisch Constructiedossier om conform te zijn. Indien u de normen niet volgt, zal u in het Technisch Constructiedossier moeten aantonen dat uw methode even veilig of veiliger is dan de norm.

7. Gebruikershandleiding opstellen.

De handleiding moet worden opgesteld in de taal van de gebruiker. Hierin geeft u aan welke voorzorgmaatregelen getroffen moeten worden bij het gebruik van het product: - de montage met inbegrip van de assemblage van verschillende drukapparaten - het in bedrijf stellen; - het gebruik; - het onderhoud met inbegrip van de controles door de gebruiker; De gebruiksaanwijzing moet de informatie bevatten die op de drukapparatuur is aangebracht, met uitzondering van de identificatie van de serie, en moet in voorkomend geval vergezeld gaan van de technische documentatie en de tekeningen en schema's die nodig zijn voor een goed begrip van die aanwijzingen. Indien van toepassing moet de gebruiksaanwijzing tevens de aandacht vestigen op de gevaren van verkeerd gebruiken de bijzondere kenmerken van het ontwerp. U moet ook rekening houden met redelijk voorzienbaar misbruik, en hiervoor waarschuwen.

8. EG-verklaring van Overeenstemming opstellen.

Vervolgens dient de Verklaring van Overeenstemming te worden opgesteld en ondertekend. Deze verklaring dient bij elk product te worden bijgeleverd in de taal van het land van levering. Men kan een Verklaring beschouwen als het paspoort van uw product. De Verklaring van Overeenstemming moet de volgende elementen bevatten:

- de naam en het adres van de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde;

- de beschrijving van het drukapparaat of het samenstel; Wees hier specifiek. De Verklaring van Overeenstemming is in wezen een document waarbij u verklaart verantwoordelijk voor dat product te zijn. In de meest gevallen past men een serie- of productienummer toe;

- de gevolgde overeenstemmingsprocedure: A, B+C, G, enz...;

- bij samenstellen, een beschrijving van de drukapparatuur waaruit het samenstel bestaat, aslmede de gevolgde overeenstemmingsprocedures van elk van de onderdelen;

- in voorkomend geval, naam en adres van de aangemelde instantie die de keuring heeft verricht;

- in voorkomend geval, een verwijzing naar het certificaat van EG-typeonderzoek, het certificaat van EG-ontwerponderzoek of het EG-certificaat van overeenstemming;

- in voorkomend geval, naam en adres van de aangemelde instantie die toeziet op het kwaliteitsborgingssysteem van de fabrikant;

- in voorkomend geval, de vindplaatsen van de toegepaste geharmoniseerde normen;

- in voorkomend geval, de andere technische specificaties die zijn gebruikt;

- in voorkomend geval, de verwijzingen naar de andere Gemeenschaps- richtlijnen die zijn toegepast;

- identiteit van de ondertekenaar die gemachtigd is de verklaring voor de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde te ondertekenen. Diegene die de Verklaring tekent, is de verantwoordelijke voor het product, en is in extremis, bij zware nalatigheid, strafrechtelijk aanspreekbaar.

9. Technisch Constructiedossier opstellen.

Alle informatie met betrekking tot het product en de maatregelen die genomen zijn om te voldoen aan de EssentiŽle Veiligheidseisen van de richtlijnen, wordt verzameld in het Technisch Constructiedossier. Met name moet hierin worden aangegeven welke procedures zijn gevolgd om de volgens de richtlijnen te vermijden risico's te voorkomen of te minimaliseren.

Het Technisch Constructiedossier is het dagboek van uw product. U hoeft voor een Technisch Constructiedossier geen extra administratieve taken uit te voeren. Hou gewoon alles wat u op papier heeft bij: de ontwerpen, technische overzichtstekeningen, testrapporten, certificaten, de gebruikershandleiding, verslagen van vergaderingen, handgeschreven aantekeningen, videobanden, foto's, e.d.

De documentatie moet over het algemeen minimaal tot 10 jaar na de datum van het laatst gefabriceerde product ter beschikking worden gehouden van de nationale over¨heid van het land waarin het product op de markt wordt gebracht.

Enkel de daartoe bevoegde autoriteit mag, na een gemotiveerd verzoek, uw Technisch Constructiedossier opvragen. Logisch, want dit dossier bevat al uw kennis en know-how. Men gaat er van uit dat u op verzoek het dossier moet voorleggen binnen de 10 dagen. Vraagt men echter uw dossier naar aanleiding van een ongeval, dan moet u uw dossier kunnen voorleggen binnen de 2 dagen. Uw dossier hoeft zich dus op ťťn plaats te bevinden, maar u moet het ten allen tijde binnen de 2 dagen samen krijgen.

10. CE-markering aanbrengen.

Eerst als alle voorgaande stappen zijn genomen kan de CE-markering volgens het voorgeschreven model op elk product worden aangebracht.

De tekens moeten minmaal 5 mm hoog zijn. Zij moeten leesbaar, zichtbaar en onuitwisbaar aangebracht worden.

Op het etiket van een drukapparaat moet behalve de CE-markering en eventueel het identificatienummer van de bij de certificatie betrokken Aangemelde Instantie, ook zijn opgenomen:

- naam of handelsnaam en het adres van de fabrikant en indien van toepassing de importeur; - productbeschrijving, type-aanduiding; - partijcode of serienummer; - uiterste gebruiksdatum of waar dat niet van toepassing is in plaats daarvan het productiejaar, en eventuele belangrijke instructies en waarschuwingen voor opslag en gebruik.

11. Aanpassingen en nieuwe ontwikkelingen.

Indien er achteraf wijzigingen in het product worden aangebracht die van invloed kunnen zijn op de risico-factoren die in de richtlijnen zijn genoemd, dan moet de voorgaande procedure in zijn geheel of gedeeltelijk worden herhaald. Denk er aan om ook alle informatie met betrekking tot de wijzigingen in het Technisch Constructiedossier op te nemen.

Bijlage I. Productaansprakelijkheid.

Productaansprakelijkheid is de aansprakelijkheid van fabrikanten voor schade of letsel die door een onveilig product is toegebracht aan een persoon, of aan een andere zaak dan het product zelf.

Indien de consument niet kan vaststellen wie de producent van een product is, dan kan hij de hem hoogst bekende schakel in de distributieketen aansprakelijk stellen tenzij deze hem binnen een redelijke tijd de identiteit mededeelt van zijn leverancier of de producent. Voor producten van producenten van buiten de Europese Unie is in hoogste instantie de importeur aansprakelijk. De productaansprakelijkheid kan niet worden uitgesloten of beperkt in leveringsvoorwaarden.

De nationale voorschriften inzake productaansprakelijkheid vloeien voort uit harmonisatierichtlijn 85/374/EEG uit 1985, waarin op Europees niveau de omstandigheden zijn geregeld waaronder producenten aansprakelijk zijn. De lidstaten mogen in de nationale bepalingen echter een eigen invulling geven aan het wel of niet opnemen van landbouwgrondstoffen, aan de financiŽle plafonds en aan het verweer voor 'ontwikkelingsrisico's' Daardoor zijn er op deze punten toch verschillen tussen de wetgevingen van de lidstaten. Het is van belang, indien er schade optreedt na te gaan welk van de mogelijkerwijs toepasselijke rechtssystemen de meest gunstige regeling bevat en vervolgens dit rechtssysteem trachten toe te passen.

In de loop van de tijd heeft de productaansprakelijkheid zich ontwikkeld van een schuld- naar een risico-aansprakelijkheid. Volgens de richtlijn is een producent verantwoordelijk voor een product dat een gevaar en daardoor schade oplevert, ook als dat gevaar hem onbekend was op het moment dat hij het product op de markt bracht. Er hoeft dus niet meer te worden aangetoond dat de producent 'schuld' heeft. De hoofdregel is dan ook: de producent is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een gebrek in zijn product.

De Richtlijn Productaansprakelijkheid staat los van de CE-richtlijnen. Het aanbrengen van de CE-markering vermindert dus ook niet de aansprakelijkheid van de fabrikant. Indien echter een product dat schade of letsel heeft veroorzaakt niet voldoet aan de wettelijke voorschriften (de fundamentele voorschriften van de CE-richtlijnen), dan zal de rechter geen moeite hebben om een aansprakelijkheid toe te wijzen. Ook de verzekeringsmaatschappij die het aansprakelijkheidsrisico van het bedrijf dekt, zal daaruit zijn conclusies trekken. Aan de andere kant kunnen het technisch dossier en de gevolgde conformiteitprocedures aantonen dat de producent zich heeft ingespannen om de veiligheid van de gebruiker te maximaliseren.

Een onroerende zaak, zoals een gebouw, en een dienst zijn gťťn product. Voor de aansprakelijkheid van een product moet rekening worden gehouden met een termijn van 10 jaar nadat elk product in de handel is gebracht. Voorwaarde om een vordering in te kunnen dienen, is het ondervinden van schade door de gebrekkige werking van het product. Een vordering voor schadevergoeding verjaart 3 jaar nadat de schade is ontstaan.

De producent is aansprakelijk, tenzij hij bewijst: 1. dat hij het product niet in het verkeer heeft gebracht; 2. dat het gebrek niet bestond ten tijde dat het product in de handel werd gebracht; 3. dat het product noch gefabriceerd, noch verspreid is als gevolg van zijn bedrijfsactiviteiten; 4. dat het gebrek te wijten is aan dwingende overheidsvoorschriften; 5. dat de stand der techniek ten tijde van het op de markt brengen van het product niet zodanig was dat het gebrek had kunnen worden onderkend.

Degene die schadevergoeding vordert moet bewijzen dat: 1 hij schade heeft geleden; 2 de omvang van de geleden schade overeenstemt met het gevorderde bedrag; 3. de schade is veroorzaakt door het product; 4. dit product van de aangesproken producent afkomstig is.

Wanneer producten niet met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt of de gebruiksaanwijzingen niet in acht worden genomen, is het onredelijk om een producent voor schade aansprakelijk te stellen. De richtlijn bepaalt daarom dat voor bepaalde situaties de aansprakelijkheid van de producent kan worden verminderd of opgeheven, bijvoorbeeld indien de schade mede het gevolg is van het gedrag van het slachtoffer zelf, of het gedrag van een derde waarvoor deze verantwoordelijk is.

Enkele tips voor ondernemers inzake productaansprakelijkheid: 1. Streef naar optimaal veilige producten; 2. Produceer conform alle wetgeving en ook zoveel mogelijk conform normen; 3. Leg vast met toeleverancier(s) wie verantwoordelijk is voor welke risico's; 4. Controleer gebruiksaanwijzingen en waarschuwingen op de producten; 5. Verzeker uw productaansprakelijkheid.

Bijlage II. De richtlijn Drukapparatuur: een aantal basisigegevens.

Reglementering Richtlijn 97/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 mei 1997 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende drukapparatuur Publikatieblad nr L 181 van 09/07/1997 BLZ. 0001 - 0055

Koninklijk besluit van 13 juni 1999 tot uitvoering van de richtlijn van het Europees Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 1997 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende drukapparatuur, Belgisch Staatsblad 8 otober 1999,380636

In werking: 29 november 1999 Verplicht: 29 november 2002

Bijlage III. Nuttige Internetsites.

Site van de Europese Commissie omtrent Drukapparatuur http://ec.europa.eu/enterprise/pressure_equipment/ped/index_en.html

<home>